De oorspronkelijke versie van dit artikel vind je op Frankwatching.com.
Zowel crowdsourcing als co-creatie kun je goed
inzetten om kwalitatieve en realiseerbare ideeën te genereren. Dit bleek
uit de tweede bijeenkomst van The Next Cocreator van 2012. Tijdens deze
bijeenkomst werd theorie wederom aan de praktijk gekoppeld met behulp
van presentaties en praktijkcases.
Op vrijdagmiddag 1 juni werd in het Belevingscentrum van Wolter en
Dros in Amersfoort de ‘The Next Cocreator’ bijeenkomst georganiseerd met
als thema “Ideation in co-creatie”.
Daar werd de vraag gesteld: hoe vergroot je het aantal kwalitatieve,
realiseerbare ideeën met co-creatie? Deze vraag hoopten we te
beantwoorden door – na de benodigde theorie – te werken aan 2 cases die
een nieuw businessmodel konden gebruiken. Het was een inspirerende
middag met nieuwe inzichten over crowdsourcing, co-creatie en hoe je
daarmee nieuwe businessmodellen kunt bedenken.
Crowdsourcing en co-creatie
Joyce van Dijk,
Dialogue Manager bij MWM2, voorzag ons van de nodige theorie. Omdat het
thema dit keer over ideegeneratie ging, zag zij kans om in te gaan op
de veelbesproken discussies over de verschillen tussen crowdsourcing en
co-creatie.
Crowdsourcing, een term bedacht door Jeff Howe,
heeft de volgende kenmerken: je kunt snel veel input verzamelen en met
een onbeperkte en diverse groep werken, binnen een gekaderde opdracht of
taak die van korte duur is. Het is bij uitstek geschikt voor het
genereren van veel ideeën en voor het evalueren van die ideeën.
Co-creatie is daarentegen van toepassing op het gehele
innovatieproces. Je gaat met co-creatie een intensieve samenwerking aan
met een beperkte groep mensen, waarbij je samen nieuwe relevante
producten ontwikkelt in een iteratief proces.
Als je crowdsourcing met co-creatie vergelijkt, dan gaat het over reach versus richness.
Met een grote, diverse groep mensen in crowdsourcing is het niet
mogelijk om een diepgaande interactie aan te gaan. Waarbij crowdsourcing
open, snel en divers is, is co-creatie gefocussed en diepgaand. Nog
steeds zijn er verschillende interpretaties van deze termen mogelijk.
Over de interpretaties die Joyce presenteerde tijdens deze dag is de
wetenschap het, tot nu toe tenminste, eens.
De eindgebruiker als ideator
Joyce heeft voor haar scriptie onderzoek gedaan naar de verschillende rollen
die een eindgebruiker in productinnovatie kan spelen. Het gaat om 5
verschillende rollen: die van insight provider, customiser, ideator,
co-creator en creator. In deze sessie gaat het over de rol van ideator,
waarbij crowdsourcing als middel ingezet kan worden.
Als je met eindgebruikers ideeën wilt genereren, moet je jezelf de
vraag stellen wie je wanneer betrekt. Joyce stelt dat je bij het
genereren van ideeën onder andere klanten en innovators kunt betrekken
voor het beste eindresultaat. Denk daarbij ook goed na aan wat hen
(extrinsiek en intrinsiek) kan motiveren om deel te nemen. Zo hebben
motivaties bij co-creatie meer betrekking op het gezamenlijke proces en
het persoonlijke belang. Bij crowdsourcing ligt de motivatie vaak meer
in de specifieke taak, de individuele bijdrage en de persoonlijke
reputatie of het persoonlijke gewin.
Co-creatie en crowdsourcing: de plus- en minpunten
Co-creatie en crowdsourcing hebben allebei zo hun plus- en minpunten.
Terwijl je met crowdsourcing potentieel een enorm publiek kunt
bereiken, ontbreekt soms de relevantie in de eindresultaten die je
bereikt. Er is minder dialoog en diepgang dan bij co-creatie en het
behelst vaak een specifieke taak. Bij co-creatie heb je juist minder
controle en moet je durven loslaten. Daarnaast is het ook erg
tijdsintensief. Dit betekent trouwens niet dat het één het ander hoeft
uit te sluiten: je zou beide processen kunnen inzetten, waardoor ze
elkaar kunnen versterken.
Businessmodellen ontwerpen
Vervolgens mocht de groep zich opsplitsen om aan twee verschillende businessmodellen te werken. Onder begeleiding van Ilya Broekhuizen en Hilma van Slooten maakten de groepen gebruik van allerlei co-creatietechnieken om tot mooie businessmodellen te komen voor het Belevingscentrum Amersfoort en de eigen The Next Cocreator-community.
Wat mij opviel was hoe verschillend zo’n proces per groep kan
verlopen. Terwijl de ene groep vlot met ideeën kwam, verliep de
voortgang bij de andere groep stroever. Het belang van een
procesbegeleider was ook duidelijk, omdat die een groep goed wakker kan
schudden en voortgang laat maken. Ook merkte ik dat onze verschillende
achtergronden zorgden voor veel verschillende invalshoeken, wat zowel
veel ideeën als veel discussies ten gevolge had. En helaas, toen we pas
echt lekker op stoom kwamen, was de tijd om en konden we de
businessmodellen aan elkaar pitchen. Het eindresultaat was nog niet af,
maar er zaten voldoende goede en frisse ideeën tussen waar de
‘opdrachtgevers’ mee verder konden gaan.
Han Oei
verzorgde vervolgens de afsluiting met een “schatkist”. Dit naar
aanleiding van een verzoek uit de vorige bijeenkomst, om stil te staan
bij de geleerde lessen en deze ook mee naar huis te kunnen nemen. Ik had
in ieder geval genoeg om over na te denken (en om mee aan de slag te
gaan) tot aan de volgende bijeenkomst, op 21 september aanstaande.
Nieuwe concepten ontwikkelen
Hoe kun je co-creatie inzetten in de verschillende fases van
productinnovatie? In 2012 diept The Next Cocreator via 4 sessies deze
mogelijkheden uit. The Next Cocreator is een community van practitioners
die samen het co-creatievakgebied verder willen brengen. Op 21
september zal de volgende bijeenkomst plaatsvinden waar de volgende stap
gemaakt wordt: het ontwikkelen van vernieuwende concepten met
co-creatie. Wil je er ook bij zijn? Meld je hier aan voor de volgende Next Cocreator-sessie en word lid van de LinkedIn-groep.
Lees ook het verslag van de eerste bijeenkomst over het verkrijgen van inzichten en perspectieven met co-creatie.
Posts tonen met het label events. Alle posts tonen
Posts tonen met het label events. Alle posts tonen
dinsdag 26 juni 2012
zaterdag 8 oktober 2011
Lancering Kenny.nl
Op dinsdag 4 oktober 2011 werd Kenny.nl - de nieuwe Kennisnetwebsite voor kinderen van 4 tot 7 jaar - officieel gelanceerd in Avifauna. Zo'n 100 kleuters konden, samen met Gerda Havertong (van Sesamstraat), Kenny allerlei vragen stellen. Daarna las Gerda hen nog Repelsteeltje voor (1 van de sprookjes die je kunt vinden op Kenny.nl) en lieten ze ballonnen op! Bekijk het filmpje, dan krijg je een indruk van deze leuke dag!
maandag 12 september 2011
Online cocreatie met Kenny: presentatie The Next Cocreator
Op 9 september 2011 vond een nieuwe bijeenkomst van The Next Cocreator plaats. Tijdens deze bijeenkomst gaven Leon Mooijman (productmanager portals, Kennisnet) en ik een presentatie over hoe we cocreatie hebben ingezet voor het ontwikkelen van de nieuwe Kennisnetwebsite voor kinderen in groep 1, 2 en 3: Kenny.nl.
Onze presentatie werd vervolgens als casus meegenomen in een cocreatiegame, waar de deelnemers mee aan de slag gingen: hoe zou je het Kenny-concept (met cocreatie) ontwikkelen als je maar 48 uur de tijd daarvoor hebt? Uit de pitches kwamen creatieve ideeën naar voren, waar ik weer veel van heb geleerd. Ik vond het erg leuk om mee te doen. De volgende bijeenkomst is op 11 november en ik ga zeker kijken of ik weer mee kan doen! Je kunt ook online meedoen via de LinkedIn-groep.
Bekijk hier mijn presentatie over online cocreatie voor Kenny.nl:
Onze presentatie werd vervolgens als casus meegenomen in een cocreatiegame, waar de deelnemers mee aan de slag gingen: hoe zou je het Kenny-concept (met cocreatie) ontwikkelen als je maar 48 uur de tijd daarvoor hebt? Uit de pitches kwamen creatieve ideeën naar voren, waar ik weer veel van heb geleerd. Ik vond het erg leuk om mee te doen. De volgende bijeenkomst is op 11 november en ik ga zeker kijken of ik weer mee kan doen! Je kunt ook online meedoen via de LinkedIn-groep.
Bekijk hier mijn presentatie over online cocreatie voor Kenny.nl:
zondag 28 augustus 2011
9 september: presentatie over cocreatie
Op 9 september vindt een nieuwe bijeenkomst plaats van The Next Cocreator. Ik zal daar met Leon Mooijman (productmanager portals) een presentatie houden over het cocreatieproject dat heeft geleid tot een nieuwe Kennisnetwebsite voor kinderen in groep 1, 2 en 3. Mijn deel van de presentatie zal gaan over online cocreatie en de ervaringen die we daarmee de afgelopen maanden hebben opgedaan. Na de presentatie gaan we aan de slag met een cocreatiemanagementgame, ik ben benieuwd!
Hier vind je meer informatie over deze bijeenkomst. Er zijn nog een paar plekjes vrij!
Hier vind je meer informatie over deze bijeenkomst. Er zijn nog een paar plekjes vrij!
zondag 6 juni 2010
Kidsmarketing: digikids zijn ook gewoon kinderen (Frankwatching)
Namens Frankwatching ging ik op 2 juni naar de Kidsmarketing dag. Het oorspronkelijke artikel kun je hier vinden.
Op woensdag 2
juni werd met een flashmob de Kidsdag van het 19e congres Kids en Jongerenmarketing in Pakhuis de Zwijger geopend. De dag was vol gepland met interessante sprekers van o.a. Disney en Taptoe. Ook waren kinderen zelf aan het woord. Het werd tijdens het congres al snel duidelijk: de digitale kinderen van tegenwoordig verschillen helemaal niet zoveel van hoe wij vroeger waren, ze hebben alleen veel meer (digitale) mogelijkheden om zich te uiten.
Paul Sikkema, directeur van marktonderzoeksbureau Qrius en communicatiebureau Combat, verwelkomde ons in de zaal en nodigde de veertienjarige Rutger de Quay, bekend om zijn blog Koekjesfabriek en Dutch Bloggie-winnaar, uit voor een interview. Op zijn blog schrijft Rutger over alledaagse dingen: “Ik zag vanochtend een man slapen in de treincoupé. Daar kan ik dan een stuk van vijfhonderd woorden over schrijven. En dat vindt iemand dan fantastisch!”
De nuchtere Rutger had al snel de lachers op zijn hand, maar er kwamen ook een aantal serieuze marketingzaken ter sprake. Tijdens het gesprek liet hij weten dat bedrijven die Twitter gebruiken om alleen maar te zenden, niet goed bezig zijn. Er is interactie nodig. Hij vindt het ook niet erg om via Twitter of andere sociale media contact te hebben met bedrijven, zolang hij er maar iets aan heeft. Rutger merkte ook op dat Hyves nu echt voor kinderen is. Hij vindt Hyves te rommelig, hij had teveel onbekende vrienden en kreeg teveel privéberichten om lid te worden van allerlei nutteloze groepen. Jongeren stappen volgens hem op de middelbare school al snel over op het zakelijkere Facebook.
Kidstrends 2010
Na het interview met Rutger, gaf Sikkema een presentatie over de Kidstrends van 2010. De top 7 vrijtijdsbestedingen van kinderen in de leeftijd van 6 tot 11 jaar zijn: buitenspelen, binnenspelen, computeren, gamen, tv kijken, voetballen, en lezen. De tv vult voor kinderen de momenten als ze even niks te doen hebben.
De online media geven kinderen de mogelijkheid om zich te manifesteren. De mediabesteding van kinderen en jongeren verschilt echter: terwijl kinderen per dag gemiddeld 45 minuten gamen, stijgt het internetgebruik ten koste van de gametijd naarmate ze ouder worden.
Ook de favoriete sites van kinderen verschillen per leeftijd.
De topsites voor 6-9 jarigen: Spele, Spelletjes, en sites van tv-zenders.
De topsites voor 10-11 jarigen: Hyves, Spele, en Spelletjes.
Sikkema bood in zijn presentatie ook een terugblik op de afgelopen tien jaar:
*Ouders zijn intensiever bezig met hun kinderen
*Kinderen leren op jongere leeftijd
*Ouders hebben de wens om strakker op te voeden
*Toegenomen focus op gezondheid
*Met steeds meer kinderen is er ‘iets’ aan de hand (Sikkema is hier sceptisch over)
*Opkomst internet (en social media) op de kindermarkt
*Opkomst mobiele telefoons en games
*Een intensivering van acties (denk aan de supermarkten)
Sikkema voorzag ook een aantal trends:
*Een verdere digitalisering, waarbij het onderwijs en de relatie tussen school en thuis een belangrijke rol speelt
*Nog meer aandacht voor ouders in hun rol als opvoeder
*Back to basics, met meer aandacht voor natuur en milieu
*Maatschappelijk verantwoord ondernemen: in balans opgroeien en veilig internetten.
Generatie XD
Na de koffiepauze, kreeg Marieke van Heeswijk, General Manager van Disney Channels Benelux, het woord. De Generatie XD staat voor de 8 tot 14-jarigen die vergelijkbaar zijn met Generatie X. Deze kinderen zijn in welvaart opgegroeid in een wereld van internet en mobiele telefoons. Ze zijn snel wijs door hun eenvoudige toegang tot informatie, social networks zijn een centraal onderdeel van hun leven, en ze gaan sneller en vaker met nieuwe media om.
Volwassenen maken zich geregeld zorgen om deze kinderen en hun snelle leven, maar volgens Heeswijk is dit niet nodig. Kinderen vinden dezelfde dingen belangrijk als toen wij zelf opgroeiden:
1. Identiteit. Kinderen zijn nog bezig om een identiteit te vormen. Dit doen ze met muziek, media, idolen, interesses, en hun uiterlijk.
2. Vriendschappen staan centraal, maar vinden niet alleen meer op het schoolplein of op straat plaats. Ook online ontmoeten kinderen elkaar en versterken hun vriendschappen op deze manier.
3. Dromen (en dromen verwezenlijken). Kinderen hebben nog genoeg dromen voor de toekomst. Idolen inspireren hen, maar ze kopiëren hen niet. Hun favoriete beroepen zijn traditioneel, zoals die van docent of politieman/vrouw.
Van Heeswijk liet ook weten dat kinderen nog altijd het meeste tegen hun ouders opkijken. Kinderen zijn dus kinderen gebleven, maar ze kunnen zich tegenwoordig anders uiten. Gebaseerd op deze kennis, heeft Disney drie mediakernwaarden, die ze aan hun tv-kanalen gekoppeld hebben:
1. Express yourself
2. Celebrate family and friends
3. Follow your dreams
Van Heeswijk gaf ook een aantal tips en trucs aan de luisteraars mee:
1. Bepaal het type kind dat je wilt bereiken
2. Kijk continue door de bril van het kind
3. Koppel dit aan je merkbeloftes
4. Kies media waar het digikind zich bevindt.
Opvallend: de Generatie XD maakt geen onderscheid tussen de computer, laptop, iPad of iPhone: voor kinderen zijn deze technologieën hetzelfde, maar in verschillende formaten. Deze kids consumeren dan ook wat ze willen, wanneer ze willen, en waar ze willen.
Betoverd door Toverland
De luisteraars hingen tijdens Caroline Maessens presentatie aan haar lippen. De directeur van Toverland is juf geweest en dat was te merken in haar prachtige, rustige manier van vertellen over het oprichten van het jonge pretpark.
Het draait bij Toverland om het creëren van belevenissen en ervaringen. Ze zijn het grootste indoor attractiepark, en daardoor onafhankelijk van het weer en het hele jaar geopend. Toen haar broer met het plan kwam om het park te gaan bouwen, ging Maessens nadenken over de invulling van dit park. Naast het bezoek aan andere attractieparken, zocht ze ook honderden kinderen op om hun mening te vragen. Ze legde bijvoorbeeld een tafel vol met foto’s van draaimolens en vroeg hen om de beste eruit te kiezen. Tijdens haar onderzoek, had ze drie punten waar ze zich op richtte:
*Ken je doelgroep.
*Ken je concurrenten: Maessens bezocht verschillende parken om voor Toverland een onderscheidend vermogen te vinden, maar ze nam ook kinderen mee en observeerde hun gedrag.
*Geef ook ouders inspraak, dit zijn immers de mensen die de kinderen naar de parken brengen. Zij moeten dus ook naar Toverland willen komen.
Maessens erkende dat als je kinderen (of volwassenen) vragen stelt, je niet vanzelf ‘het idee’ krijgt. Mensen grijpen immers terug op bestaande ideeën. Zo willen kinderen in Toverland op dit moment graag een achtbaan die over de kop gaat. Ze hebben echter eerst gekozen voor Troy, de houten achtbaan, omdat die op dat moment beter in hun visie paste. Met de houten achtbaan, die verschillende prijzen heeft gewonnen, heeft Toverland zich gevestigd als een serieus pretpark.
Over kinderen interviewen zei Maessens het volgende:
*kies het juiste tijdstip (niet als kinderen net het pretpark binnen komen, want dan hebben ze er geen geduld voor)
*vraag de ouders om toestemming en betrek hen ook bij de vragen
*bereid de vragen goed voor
*houd het kort
*geef een leuke attentie als dank.
De naam van ‘Toverland’ kwam tijdens de presentatie ook enkele malen ter sprake. De naam paste aanvankelijk goed bij het park, maar nu is het park eigenlijk de naam ontgroeid. Het klinkt ook niet zo stoer. Toch veranderen ze niet van naam: de naam is synoniem geworden voor hun kwaliteit en heeft een goede bekendheid. Met een nieuwe naam zouden ze dat opnieuw moeten opbouwen.
Maessens sloot de presentatie af met een quote van Chuck Gallagher: “Om communicatie met onze kinderen te hebben, moeten we naar hen luisteren.” Het luisteren hebben ze bij Toverland goed onder de knie.
Taptoe: oud, maar springlevend
Rutger Verhoeven van Blink Uitgevers gaf tijdens zijn presentatie een kijkje in de keuken van het ruim 90 jaar (!) oude tijdschrift Taptoe. Het tijdschrift kampte met een teruglopend aantal abonnees en wilde de overstap maken naar een crossmediaal concept.
Een aantal dingen wisten ze al:
*Leren is leuk
*Er is nog geen leading character
*Geen ‘alibi’ om informatie aan te bieden
*Geen directe reward (instant feedback)
*De doelgroep speelt binnen en buiten, kijkt tv, houdt van (online) games, en leest nauwelijks print
Onderzoek naar het tijdschrift leverde enkel meningen op, maar geen nieuwe inzichten. Dus ze gingen letterlijk in klassen zitten en bij gezinnen op bezoek om daar de dag door te brengen. Zo hoopten ze kinderen en hun drijfveren beter te leren kennen. Verhoeven was op zoek naar key insights, diepe waarheden die een doelgroep drijft.
Een aantal insights die naar voren kwamen, waren:
*Kinderen willen niet ‘buiten de boot vallen’; ze zoeken een plek in de groep
*Kinderen hebben nog geen identiteit
*Meisjes versus jongens
*Er is behoefte aan ‘schoolpleinmateriaal’ dat aan vriendjes getoond kan worden
Naar aanleiding van deze inzichten werd een concepttest gemaakt die aan de kinderen, ouders, en leerkrachten werd voorgelegd. Daarna werd het concept verder aangescherpt en het proces herhaald.
In de nieuwe Taptoe, met de uitdagende slogan “Durf jij het aan?”, beleven zes karakters, met elk hun eigen game-achtige skills (van verdedigen tot aan computers hacken), avonturen. De karakters zijn echter ook online te vinden: ze hebben ze hun eigen Hyve (zoals de Tex-Hyve). Op de website taptoe.nl gaat het avontuur verder en kunnen kinderen bovendien zelf allerlei mysteries oplossen.
Het nieuwe crossmediale concept is inmiddels een succes te noemen. Taptoe heeft haar abonnees met vijftien procent zien toenemen.
Perfecte Beat Award
Na de lunch en een presentatie van beachvolleybalspeler Bram Ronnes over Right to Play, werd De Perfecte Beat! Award uitgereikt voor de beste kidsmarketingcampagne van 2010. De jury had drie campagnes genomineerd, namelijk:
* De Gogo’s zijn hier! (C1000; Y&R Not Just Film)
* Dierendiploma (Meer Dieren Meer Mens, ComBat)
* OLA IJstijd (OLA/Unilever; MTV Networks Advertising)
De drie kanshebbers konden nog even voor de zaal hun campagnes pitchen. Via een sms’je konden de bezoekers vervolgens online hun stem uitbrengen (helaas was er voor de mensen zonder smartphone geen mogelijkheid om te stemmen). De Gogo’s wonnen uiteindelijk overtuigend met 73% van de stemmen.
Workshops: Wecycle en Digitale Kidsmarketing
Er werden twee workshoprondes georganiseerd, waarbij de deelnemers zich in groepen opsplitsten. De eerste workshop die ik bijwoonde ging over Wecycle en de school als communicatiekanaal. Wecycle heeft tot doel om met een positieve insteek zoveel mogelijk kleine elektrische apparaten in te zamelen. Omdat leerkrachten het al zo druk hebben, is het moeilijk om een ingang te vinden in scholen.
Het is Wecycle toch gelukt om vele scholen enthousiast te maken voor recycling. Dit lukte hen door middel van print- en tv-campagnes voor de benodigde buzz, direct mails naar de docenten, het aanbieden van les- en actiemateriaal om te informeren, en inzamelactiviteiten om te activeren. Door op school apparaten in te zamelen, verdient de school punten, waarmee weer dingen, van software tot aan kinderboeken, aangeschaft kunnen worden.
Volgens de sprekers verlangen de leraren het volgende van toegestuurd lesmateriaal:
*Actuele onderwerpen
*Verschillende werkvormen
*Het moet leuk zijn voor leerlingen, aansluiten op hun belevingswereld en niveau
*Het moet educatief zijn en gemak bieden
*Aansluitend op leerdoelen
*Modulair opgebouwd
*En het liefst gratis!
De workshop Digitale Kidsmarketing werd verzorgd door Remco Pijpers en Nathalie Korsman van Stichting MijnKindOnline. Het onderwerp van de workshop was hun missie om het digitale aanbied voor kinderen te verbeteren.
Onlangs is het boek Contact! Kinderen en nieuwe media verschenen (zie dit artikel op MijnKindOnline.nl). Daarin komt naar voren dat kinderen steeds jonger online gaan, het digitale aanbod voor kinderen toeneemt, en er steeds meer aanbod met de component ‘sociale media’ verschijnt. Draaide de computer voor kinderen eerst om spelen, nu gaat het steeds meer om contact.
Hyves is bijvoorbeeld erg populair onder kinderen geworden, en ook Habbo Hotel trekt een steeds jonger publiek aan.
Als je aan de slag wilt met een website voor kinderen, is het belangrijk om jezelf een aantal kritische vragen te stellen:
*Waarom wil ik een site voor kinderen en wat wil ik ermee bereiken?
*Waarom denk ik dat mijn site iets toevoegt en wat verwacht ik van kinderen?
*Hoeveel tijd en middelen heb ik?
*Bepaal de visie en missie.
*Is de investering de moeite waard? Of kan ik beter kiezen voor een tijdelijke of helemaal geen website?
Volgens Korsman is een succesvolle kindercampagne:
*sociaal en verbindend
*interactief
*bevat een positieve boodschap (beter dan een doemscenario)
*bevat een laagdrempelige actie
De betrouwbaarheid van sites blijft een belangrijk en kritisch punt voor makers van kinderwebsites. Zo linken de populaire casual gameportals kinderen wel erg vaak naar 18+ games. En Habbo heeft onlangs een oproep gedaan aan kinderen om een video van zichzelf op te sturen, waarin ze uitleggen waarom ze Habbo zo leuk vinden. Deze video’s zullen getoond worden aan relaties en partners van Habbo. Dit druist echter in tegen het algemene beleid van Habbo, waarin zelfs het doorgeven van je e-mailadres al strafpunten op kan leveren. Dit kan verwarrend zijn voor kinderen.
Om betrouwbaarheid te bevorderen, moet je volgens Korsman onder andere zorgen voor betrouwbare content, een duidelijke afzender, een contactmogelijkheid, rekening houden met privacy en veiligheid, transparant zijn en een goede service bieden. Laat ook weten wat je met eventueel ingestuurd materiaal gaat doen en vraag om toestemming van de ouders. Op de site van de Gouden @penstaart, de jaarlijkse prijs voor de beste kindersites, staat een duidelijke opsomming van criteria voor kindersites. En voor vragen over pricacy kun je terecht op mijnprivacy.nl.
Afsluiting: Kids-excursie
De lange dag eindigt met een gezellige groep kinderen die allerlei vragen van het publiek beantwoorden. Op onze vraag of ze geabonneerd zijn op een nieuwsbrief, antwoordden ze allemaal nee. Ze gebruiken hun e-mail vooral om te kunnen chatten en hun mobieltjes zijn nog afdankertjes van hun ouders.
Al in al was het een inspirerende dag. Mijn collega’s van Kennisnet Kids werden bevestigd in hun ideeën over de doelgroep – daar was voor ons weinig nieuws te horen, maar we leerden wel weer veel van de aanpak van Taptoe en Toverland. Mijn conclusie van de dag is dat kinderen, ondanks hun digitale leven, toch gewoon kinderen zijn gebleven.
Op woensdag 2
juni werd met een flashmob de Kidsdag van het 19e congres Kids en Jongerenmarketing in Pakhuis de Zwijger geopend. De dag was vol gepland met interessante sprekers van o.a. Disney en Taptoe. Ook waren kinderen zelf aan het woord. Het werd tijdens het congres al snel duidelijk: de digitale kinderen van tegenwoordig verschillen helemaal niet zoveel van hoe wij vroeger waren, ze hebben alleen veel meer (digitale) mogelijkheden om zich te uiten.
Paul Sikkema, directeur van marktonderzoeksbureau Qrius en communicatiebureau Combat, verwelkomde ons in de zaal en nodigde de veertienjarige Rutger de Quay, bekend om zijn blog Koekjesfabriek en Dutch Bloggie-winnaar, uit voor een interview. Op zijn blog schrijft Rutger over alledaagse dingen: “Ik zag vanochtend een man slapen in de treincoupé. Daar kan ik dan een stuk van vijfhonderd woorden over schrijven. En dat vindt iemand dan fantastisch!”
De nuchtere Rutger had al snel de lachers op zijn hand, maar er kwamen ook een aantal serieuze marketingzaken ter sprake. Tijdens het gesprek liet hij weten dat bedrijven die Twitter gebruiken om alleen maar te zenden, niet goed bezig zijn. Er is interactie nodig. Hij vindt het ook niet erg om via Twitter of andere sociale media contact te hebben met bedrijven, zolang hij er maar iets aan heeft. Rutger merkte ook op dat Hyves nu echt voor kinderen is. Hij vindt Hyves te rommelig, hij had teveel onbekende vrienden en kreeg teveel privéberichten om lid te worden van allerlei nutteloze groepen. Jongeren stappen volgens hem op de middelbare school al snel over op het zakelijkere Facebook.
Kidstrends 2010
Na het interview met Rutger, gaf Sikkema een presentatie over de Kidstrends van 2010. De top 7 vrijtijdsbestedingen van kinderen in de leeftijd van 6 tot 11 jaar zijn: buitenspelen, binnenspelen, computeren, gamen, tv kijken, voetballen, en lezen. De tv vult voor kinderen de momenten als ze even niks te doen hebben.
De online media geven kinderen de mogelijkheid om zich te manifesteren. De mediabesteding van kinderen en jongeren verschilt echter: terwijl kinderen per dag gemiddeld 45 minuten gamen, stijgt het internetgebruik ten koste van de gametijd naarmate ze ouder worden.
Ook de favoriete sites van kinderen verschillen per leeftijd.
De topsites voor 6-9 jarigen: Spele, Spelletjes, en sites van tv-zenders.
De topsites voor 10-11 jarigen: Hyves, Spele, en Spelletjes.
Sikkema bood in zijn presentatie ook een terugblik op de afgelopen tien jaar:
*Ouders zijn intensiever bezig met hun kinderen
*Kinderen leren op jongere leeftijd
*Ouders hebben de wens om strakker op te voeden
*Toegenomen focus op gezondheid
*Met steeds meer kinderen is er ‘iets’ aan de hand (Sikkema is hier sceptisch over)
*Opkomst internet (en social media) op de kindermarkt
*Opkomst mobiele telefoons en games
*Een intensivering van acties (denk aan de supermarkten)
Sikkema voorzag ook een aantal trends:
*Een verdere digitalisering, waarbij het onderwijs en de relatie tussen school en thuis een belangrijke rol speelt
*Nog meer aandacht voor ouders in hun rol als opvoeder
*Back to basics, met meer aandacht voor natuur en milieu
*Maatschappelijk verantwoord ondernemen: in balans opgroeien en veilig internetten.
Generatie XD
Na de koffiepauze, kreeg Marieke van Heeswijk, General Manager van Disney Channels Benelux, het woord. De Generatie XD staat voor de 8 tot 14-jarigen die vergelijkbaar zijn met Generatie X. Deze kinderen zijn in welvaart opgegroeid in een wereld van internet en mobiele telefoons. Ze zijn snel wijs door hun eenvoudige toegang tot informatie, social networks zijn een centraal onderdeel van hun leven, en ze gaan sneller en vaker met nieuwe media om.
Volwassenen maken zich geregeld zorgen om deze kinderen en hun snelle leven, maar volgens Heeswijk is dit niet nodig. Kinderen vinden dezelfde dingen belangrijk als toen wij zelf opgroeiden:
1. Identiteit. Kinderen zijn nog bezig om een identiteit te vormen. Dit doen ze met muziek, media, idolen, interesses, en hun uiterlijk.
2. Vriendschappen staan centraal, maar vinden niet alleen meer op het schoolplein of op straat plaats. Ook online ontmoeten kinderen elkaar en versterken hun vriendschappen op deze manier.
3. Dromen (en dromen verwezenlijken). Kinderen hebben nog genoeg dromen voor de toekomst. Idolen inspireren hen, maar ze kopiëren hen niet. Hun favoriete beroepen zijn traditioneel, zoals die van docent of politieman/vrouw.
Van Heeswijk liet ook weten dat kinderen nog altijd het meeste tegen hun ouders opkijken. Kinderen zijn dus kinderen gebleven, maar ze kunnen zich tegenwoordig anders uiten. Gebaseerd op deze kennis, heeft Disney drie mediakernwaarden, die ze aan hun tv-kanalen gekoppeld hebben:
1. Express yourself
2. Celebrate family and friends
3. Follow your dreams
Van Heeswijk gaf ook een aantal tips en trucs aan de luisteraars mee:
1. Bepaal het type kind dat je wilt bereiken
2. Kijk continue door de bril van het kind
3. Koppel dit aan je merkbeloftes
4. Kies media waar het digikind zich bevindt.
Opvallend: de Generatie XD maakt geen onderscheid tussen de computer, laptop, iPad of iPhone: voor kinderen zijn deze technologieën hetzelfde, maar in verschillende formaten. Deze kids consumeren dan ook wat ze willen, wanneer ze willen, en waar ze willen.
Betoverd door Toverland
De luisteraars hingen tijdens Caroline Maessens presentatie aan haar lippen. De directeur van Toverland is juf geweest en dat was te merken in haar prachtige, rustige manier van vertellen over het oprichten van het jonge pretpark.
Het draait bij Toverland om het creëren van belevenissen en ervaringen. Ze zijn het grootste indoor attractiepark, en daardoor onafhankelijk van het weer en het hele jaar geopend. Toen haar broer met het plan kwam om het park te gaan bouwen, ging Maessens nadenken over de invulling van dit park. Naast het bezoek aan andere attractieparken, zocht ze ook honderden kinderen op om hun mening te vragen. Ze legde bijvoorbeeld een tafel vol met foto’s van draaimolens en vroeg hen om de beste eruit te kiezen. Tijdens haar onderzoek, had ze drie punten waar ze zich op richtte:
*Ken je doelgroep.
*Ken je concurrenten: Maessens bezocht verschillende parken om voor Toverland een onderscheidend vermogen te vinden, maar ze nam ook kinderen mee en observeerde hun gedrag.
*Geef ook ouders inspraak, dit zijn immers de mensen die de kinderen naar de parken brengen. Zij moeten dus ook naar Toverland willen komen.
Maessens erkende dat als je kinderen (of volwassenen) vragen stelt, je niet vanzelf ‘het idee’ krijgt. Mensen grijpen immers terug op bestaande ideeën. Zo willen kinderen in Toverland op dit moment graag een achtbaan die over de kop gaat. Ze hebben echter eerst gekozen voor Troy, de houten achtbaan, omdat die op dat moment beter in hun visie paste. Met de houten achtbaan, die verschillende prijzen heeft gewonnen, heeft Toverland zich gevestigd als een serieus pretpark.
Over kinderen interviewen zei Maessens het volgende:
*kies het juiste tijdstip (niet als kinderen net het pretpark binnen komen, want dan hebben ze er geen geduld voor)
*vraag de ouders om toestemming en betrek hen ook bij de vragen
*bereid de vragen goed voor
*houd het kort
*geef een leuke attentie als dank.
De naam van ‘Toverland’ kwam tijdens de presentatie ook enkele malen ter sprake. De naam paste aanvankelijk goed bij het park, maar nu is het park eigenlijk de naam ontgroeid. Het klinkt ook niet zo stoer. Toch veranderen ze niet van naam: de naam is synoniem geworden voor hun kwaliteit en heeft een goede bekendheid. Met een nieuwe naam zouden ze dat opnieuw moeten opbouwen.
Maessens sloot de presentatie af met een quote van Chuck Gallagher: “Om communicatie met onze kinderen te hebben, moeten we naar hen luisteren.” Het luisteren hebben ze bij Toverland goed onder de knie.
Taptoe: oud, maar springlevend
Rutger Verhoeven van Blink Uitgevers gaf tijdens zijn presentatie een kijkje in de keuken van het ruim 90 jaar (!) oude tijdschrift Taptoe. Het tijdschrift kampte met een teruglopend aantal abonnees en wilde de overstap maken naar een crossmediaal concept.
Een aantal dingen wisten ze al:
*Leren is leuk
*Er is nog geen leading character
*Geen ‘alibi’ om informatie aan te bieden
*Geen directe reward (instant feedback)
*De doelgroep speelt binnen en buiten, kijkt tv, houdt van (online) games, en leest nauwelijks print
Onderzoek naar het tijdschrift leverde enkel meningen op, maar geen nieuwe inzichten. Dus ze gingen letterlijk in klassen zitten en bij gezinnen op bezoek om daar de dag door te brengen. Zo hoopten ze kinderen en hun drijfveren beter te leren kennen. Verhoeven was op zoek naar key insights, diepe waarheden die een doelgroep drijft.
Een aantal insights die naar voren kwamen, waren:
*Kinderen willen niet ‘buiten de boot vallen’; ze zoeken een plek in de groep
*Kinderen hebben nog geen identiteit
*Meisjes versus jongens
*Er is behoefte aan ‘schoolpleinmateriaal’ dat aan vriendjes getoond kan worden
Naar aanleiding van deze inzichten werd een concepttest gemaakt die aan de kinderen, ouders, en leerkrachten werd voorgelegd. Daarna werd het concept verder aangescherpt en het proces herhaald.
In de nieuwe Taptoe, met de uitdagende slogan “Durf jij het aan?”, beleven zes karakters, met elk hun eigen game-achtige skills (van verdedigen tot aan computers hacken), avonturen. De karakters zijn echter ook online te vinden: ze hebben ze hun eigen Hyve (zoals de Tex-Hyve). Op de website taptoe.nl gaat het avontuur verder en kunnen kinderen bovendien zelf allerlei mysteries oplossen.
Het nieuwe crossmediale concept is inmiddels een succes te noemen. Taptoe heeft haar abonnees met vijftien procent zien toenemen.
Perfecte Beat Award
Na de lunch en een presentatie van beachvolleybalspeler Bram Ronnes over Right to Play, werd De Perfecte Beat! Award uitgereikt voor de beste kidsmarketingcampagne van 2010. De jury had drie campagnes genomineerd, namelijk:
* De Gogo’s zijn hier! (C1000; Y&R Not Just Film)
* Dierendiploma (Meer Dieren Meer Mens, ComBat)
* OLA IJstijd (OLA/Unilever; MTV Networks Advertising)
De drie kanshebbers konden nog even voor de zaal hun campagnes pitchen. Via een sms’je konden de bezoekers vervolgens online hun stem uitbrengen (helaas was er voor de mensen zonder smartphone geen mogelijkheid om te stemmen). De Gogo’s wonnen uiteindelijk overtuigend met 73% van de stemmen.
Workshops: Wecycle en Digitale Kidsmarketing
Er werden twee workshoprondes georganiseerd, waarbij de deelnemers zich in groepen opsplitsten. De eerste workshop die ik bijwoonde ging over Wecycle en de school als communicatiekanaal. Wecycle heeft tot doel om met een positieve insteek zoveel mogelijk kleine elektrische apparaten in te zamelen. Omdat leerkrachten het al zo druk hebben, is het moeilijk om een ingang te vinden in scholen.
Het is Wecycle toch gelukt om vele scholen enthousiast te maken voor recycling. Dit lukte hen door middel van print- en tv-campagnes voor de benodigde buzz, direct mails naar de docenten, het aanbieden van les- en actiemateriaal om te informeren, en inzamelactiviteiten om te activeren. Door op school apparaten in te zamelen, verdient de school punten, waarmee weer dingen, van software tot aan kinderboeken, aangeschaft kunnen worden.
Volgens de sprekers verlangen de leraren het volgende van toegestuurd lesmateriaal:
*Actuele onderwerpen
*Verschillende werkvormen
*Het moet leuk zijn voor leerlingen, aansluiten op hun belevingswereld en niveau
*Het moet educatief zijn en gemak bieden
*Aansluitend op leerdoelen
*Modulair opgebouwd
*En het liefst gratis!
De workshop Digitale Kidsmarketing werd verzorgd door Remco Pijpers en Nathalie Korsman van Stichting MijnKindOnline. Het onderwerp van de workshop was hun missie om het digitale aanbied voor kinderen te verbeteren.
Onlangs is het boek Contact! Kinderen en nieuwe media verschenen (zie dit artikel op MijnKindOnline.nl). Daarin komt naar voren dat kinderen steeds jonger online gaan, het digitale aanbod voor kinderen toeneemt, en er steeds meer aanbod met de component ‘sociale media’ verschijnt. Draaide de computer voor kinderen eerst om spelen, nu gaat het steeds meer om contact.
Hyves is bijvoorbeeld erg populair onder kinderen geworden, en ook Habbo Hotel trekt een steeds jonger publiek aan.
Als je aan de slag wilt met een website voor kinderen, is het belangrijk om jezelf een aantal kritische vragen te stellen:
*Waarom wil ik een site voor kinderen en wat wil ik ermee bereiken?
*Waarom denk ik dat mijn site iets toevoegt en wat verwacht ik van kinderen?
*Hoeveel tijd en middelen heb ik?
*Bepaal de visie en missie.
*Is de investering de moeite waard? Of kan ik beter kiezen voor een tijdelijke of helemaal geen website?
Volgens Korsman is een succesvolle kindercampagne:
*sociaal en verbindend
*interactief
*bevat een positieve boodschap (beter dan een doemscenario)
*bevat een laagdrempelige actie
De betrouwbaarheid van sites blijft een belangrijk en kritisch punt voor makers van kinderwebsites. Zo linken de populaire casual gameportals kinderen wel erg vaak naar 18+ games. En Habbo heeft onlangs een oproep gedaan aan kinderen om een video van zichzelf op te sturen, waarin ze uitleggen waarom ze Habbo zo leuk vinden. Deze video’s zullen getoond worden aan relaties en partners van Habbo. Dit druist echter in tegen het algemene beleid van Habbo, waarin zelfs het doorgeven van je e-mailadres al strafpunten op kan leveren. Dit kan verwarrend zijn voor kinderen.
Om betrouwbaarheid te bevorderen, moet je volgens Korsman onder andere zorgen voor betrouwbare content, een duidelijke afzender, een contactmogelijkheid, rekening houden met privacy en veiligheid, transparant zijn en een goede service bieden. Laat ook weten wat je met eventueel ingestuurd materiaal gaat doen en vraag om toestemming van de ouders. Op de site van de Gouden @penstaart, de jaarlijkse prijs voor de beste kindersites, staat een duidelijke opsomming van criteria voor kindersites. En voor vragen over pricacy kun je terecht op mijnprivacy.nl.
Afsluiting: Kids-excursie
De lange dag eindigt met een gezellige groep kinderen die allerlei vragen van het publiek beantwoorden. Op onze vraag of ze geabonneerd zijn op een nieuwsbrief, antwoordden ze allemaal nee. Ze gebruiken hun e-mail vooral om te kunnen chatten en hun mobieltjes zijn nog afdankertjes van hun ouders.
Al in al was het een inspirerende dag. Mijn collega’s van Kennisnet Kids werden bevestigd in hun ideeën over de doelgroep – daar was voor ons weinig nieuws te horen, maar we leerden wel weer veel van de aanpak van Taptoe en Toverland. Mijn conclusie van de dag is dat kinderen, ondanks hun digitale leven, toch gewoon kinderen zijn gebleven.
dinsdag 23 februari 2010
Kleinhuis: co-creatie op gezette tijden
Op 18 februari organiseerde NIMA de seminar 'Co-creatie: marketing in ultimo forma'. Marjolein Kleinhuis, brandmanager van Hi, gaf de derde (en laatste) presentatie. Na voorbeelden van webbased en offline co-creatie, toonde Marjolein hoe een organisatie het zelf toepast.Marjoleins presentatie begint met een quote: “Co-creatie staat niet op zichzelf”.
Ze begon daarna al meteen met leuke info: de marketeers van Hi hebben allemaal een 'merkwaarde meetlat' bij zich, waarop vijf waarden staan die het merk 'Hi' vertegenwoordigen. Alle (co-creatie) ideeën leggen ze naast deze meetlat om te zien of het idee bij het merk Hi past.
Hi hanteert het volgende proces voor innovatie:
1. Inspiratie – Hi Involvement
2. Co-design
3. Feedback en doorontwikkeling
4. Campagnes
1. Inspiratie
De medewerkers van Hi hebben de opdracht om hun doelgroep te begrijpen; het gaat zelfs zover dat ze kunnen zeggen: "wij zijn onze klanten". In de eerste stap van het proces is het doel: connect met de doelgroep. De marketeers gaan geregeld op pad om te gamen, te eten in studentenhuizen, en te ‘cool hunten’ (wat is er op dit moment cool?). Ook staan ze in Hi winkels en luisteren ze mee in de callcenters. Ze willen weten hoe het leven van hun doelgroep eruit ziet, wat hun lifestyle is. De marketeers willen hun doelgroep door en door kennen.
2. Co-design
Met de leading edge (en later in het project ook de mainstream doelgroep) wordt er nagedacht over vernieuwingen. Bij de keuze uit verschillende campagnes, geeft de doelgroep ook de doorslag. De keuzes van de doelgroep wordt dus belangrijker geacht dan die van het MT.
3. Feedback & doorontwikkeling
Hi Xperiment is een omgeving waar Hi klanten nieuwe tools kunnen uitproberen. In de bijbehorende fora kunnen deelnemers hun opmerkingen kwijt.
4. Campagnes
Voor de campagnes wordt er gebruik gemaakt van Hi casting. Er worden echte klanten en Hi medewerkers gekozen om een rol in de reclames te spelen.
Wat levert het op?
Niet onbelangrijk: levert deze vorm van co-creëren iets op voor Hi? Ja, aldus Marjolein. Zo wordt er gemeten dat het merk Hi op alle fronten groeit. Er is een hogere loyaliteit. De klant vindt: “Hi denkt met me mee. Hi past bij mij.”
Tips en learnings
Kleinhuis rondt haar presentatie af met een aantal tips en geleerde lessen:
- Ga voor een lange termijn strategie van meer dan 2 jaar.
- Houd vast aan die strategie. Het merk en de merkwaarden zijn het kompas.
- Zorg voor commitment van het MT en Board.
- Internal branding is key.
- Laat het merk los: de doelgroep bepaalt.
- Begin gewoon, gaandeweg verbeter je het proces.
Marjolein's antwoord hierop was dat ze bij Hi op dit moment gebruik maken van co-creatie op gezette tijden, maar ze zijn op weg naar een continue dialoog. Wat mij dus een bijzonder goed plan lijkt: door (op verschillende, laagdrempelige manieren) bereikbaar te zijn voor je klant of gebruiker, creëer je een positieve, langdurige relatie. En zo behoud je dus een (trouwe) klant als ik. ;-)
Het is op dit moment naar mijn mening nog iets teveel 'halen' (een vorm van crowdsourcing) dan dat er een echte relatie tussen klanten en Hi is. Echter, zodra Hi overstapt naar een constante, duurzame dialoog, waarbij klanten ideeën op elk moment kunnen aandragen, en waar interactie plaatsvindt tussen klant en Hi, dan wordt het pas écht co-creatie!
Dit was het laatste deel van mijn verslagreeks over het NIMA-event Co-creatie: marketing in ultimo forma. Wil je de andere delen lezen? Kijk eens hier:
Verbrugge: De voordelen van offline co-creatie
Dullaart: crowdsourcing is geen co-creatie
Co-creatie: marketing in ultimo forma
maandag 22 februari 2010
Verbrugge: De voordelen van offline co-creatie
Op 18 februari organiseerde NIMA de seminar 'Co-creatie: marketing in ultimo forma'. Jeroen Verbrugge, oprichter en directeur van FLEX/the INNOVATIONLAB was de tweede spreker die het podium betrad.Terwijl Sander Dullaart (Favela Fabric) het tijdens zijn presentatie over online (oftewel: webbased) co-creatie had, ging Jeroens presentatie over de offline mogelijkheden (en voordelen van) co-creatie. FLEX/the INNOVATIONLAB past co-creatie namelijk offline toe, door met een groep mensen via een spel (de Designgame®) nieuwe producten of verpakkingen te ontwikkelen.
Verbrugge ziet de afstand van de media als een nadeel. Bij co-creatie vindt hij emotie (versus ratio) en de menselijke maat essentieel. Deze mist hij nog in online co-creatie. Jeroen wil juist dicht bij de consument komen en hem/haar goed leren kennen. Daarom is offline co-creatie voor hem dé manier van werken.
Samen met Blauw Research heeft FLEX/the INNOVATION LAB de DesignGame® ontwikkeld. Dit bordspel is een instrument dat consumenten en ontwerpers samenbrengt om ideeën te genereren voor nieuwe producten en verpakkingen. De DesignGame® wordt gebruikt in de eerste fase van productontwikkeling. Zie hieronder een screenshot van hun website (bron: flex.nl)

Door het competitie-element in het spel (de spelers worden in teams ingedeeld en spelen dus tegen elkaar), worden deelnemers spelenderwijs uitgedaagd om met goede ideeën te komen.
Het spel werkt (grof samengevat) als volgt:
In de eerste fase moeten spelers hindernissen en irritaties noemen van een bepaald onderwerp. Hier moeten ze er zoveel mogelijk van opschrijven.
In de tweede fase moeten de spelers vervolgens met oplossingen voor deze problemen komen.
Het format van de DesignGame® ligt vast, maar de kaartjes met vragen zijn elke keer anders (afhankelijk van het onderwerp).
Er komen dus twee soorten ideeën en inzichten uit dit spel naar voren: aan de ene kant worden de hindernissen en problemen van het onderwerp blootgelegd. En aan de andere kant worden hiervoor oplossingen aangedragen.
Met een spel maak je mensen los, aldus Verbrugge. Het is eigenlijk ook wel erg saai om te vragen ‘wat vind je van…’. Mensen kunnen daar ook door dichtklappen en spontaan geen antwoord hierop weten. Juist door te spelen en plezier te hebben, kom je tot meer ideeën (en misschien ook wel originelere ideeën).
Deze manier van ‘offline’ werken is naar mijn mening te vergelijken met het IJSlab van IJsfontein (zie ook mijn verslag van het co-creation event 2009). IJsfontein laat op een speelse manier kinderen een website in elkaar knutselen. Daar is geen spel mee gemoeid, maar het gaat wel op een creatieve en uitdagende manier. Tevens, door de kinderen bij elkaar te hebben, kun je dichtbij komen en doorvragen. Online is dat voor deze jonge doelgroep bijna niet te doen, omdat ze essentiële (feedback)vaardigheden vaak nog missen.
Het is naar mijn mening afhankelijk van de doelgroep en het doel, om te bepalen of je webbased of offline moet co-creëren. Ik denk zelfs dat een combinatie van online en offline het beste is, want zo profiteer je van alle sterke punten! Via webbased co-creatie bereik (en betrek) je een veel grotere groep mensen, maar door offline met een kleinere groep samen te komen, kun je nog meer het onderwerp samen verkennen. En of dat via een brainstorm, een spel, of een lab is, dat hangt dan weer af van welk doel je wilt bereiken.
Lees verder:
Dullaart: crowdsourcing is geen co-creatie
Co-creatie: marketing in ultimo forma
vrijdag 19 februari 2010
Dullaart: Crowdsourcing is geen co-creatie
Op 18 februari organiseerde NIMA de seminar 'Co-creatie: marketing in ultimo forma'. De eerste spreker van die dag was Sander Dullaart, Managing partner bij Favela Fabric (co-creation consultancy). Hij ging meteen in volle vaart van start; Sander had zo ontzettend veel te vertellen, dat die 20 minuten spreektijd eigenlijk te kort voor hem waren. Hieronder mijn samenvatting.Sander heeft een duidelijke mening over wat co-creatie wel en niet is. Co-creatie is duurzaam met de doelgroep in dialoog gaan. Dit doe je in purpose driven community's; je hebt een gezamenlijk doel gesteld dat je ook samen wilt bereiken.
Crowdsourcing ≠ Co-creatie
Crowdsourcing is volgens Sander niet meer dan een vernieuwde versie van de aloude ideeënbus. 'Crowd' doet hem denken aan de ‘domme massa’ en ‘sourcing’ houdt in dat je als bedrijf/organisatie alleen maar bij de massa iets vandaan haalt, en niks brengt.
Co-creatie is echter een dialoog, het gaat om respect en wederkerigheid.
Hoe co-creatie wel en niet moet
90% van de zogenoemde co-creatieprojecten mislukt, omdat er nog vanuit de (oude) marketing 1.0 wordt gedacht. Je kunt niet enkel een infrastructuur bouwen en verwachten dat de mensen daar vanzelf op af komen! Door een platform te bouwen, ben je er nog niet. Vertel een verhaal, bouw een duurzame dialoog op.
Laat ook zien wie er achter het bedrijf zit: maak gebruik van foto’s en filmpjes. Hoe ziet het bedrijf eruit? Wie zijn de mensen die er werken en die de contactpersonen zijn voor dit project.
Laat het proces zien en richt het proces goed in. Denk ten eerste goed na over welke doelen je wilt bereiken. Denk na over het pad, van idee tot aan feedback. En heel belangrijk: reageer op de input! De kracht van het project zit in de rijkheid van de dialoog.
Kritiek op Starbucks en Battle of Concepts
Sander had stevige kritiek op de co-creatie van Starbucks en Battle of Concepts.
Starbucks: tot voor kort vond op het Starbucks platform geen interactie plaats. Er kwamen geen reacties op ideeën en het niveau van de ideeën bleef steken op ‘gratis wifi’ en nieuwe soorten koffie. Juist door de interactie aan te gaan en te modereren op ideeën, kun je de ideeën naar een hoger plan tillen.
Battle of Concepts en designercommunities als Redesignme: "pay peanuts, get monkeys". Volgens Dullaart is Battle of Concepts vergelijkbaar met het aloude pak melk en de slagzin die je kunt insturen. Er is geen interactie mogelijk, er is geen dialoog tussen de deelnemers en/of het bedrijf.
De 3 p’s
Dullaart laat vervolgens zien aan welke 3 p's je moet denken voor je aan de slag gaat met co-creatie:
Virtueel Platform – waar vindt co-creatie plaats, hoe richt je het platform in?
Activatie Programma – activeer mensen en houd ze duurzaam gemotiveerd om terug te blijven komen en te acteren.
Ondersteunend Proces – zorg voor een goed ondersteunend proces. Houd bij wie er actief zijn, meet de dynamiek, garandeer regelmatige feedback en beoordeling van ideeën voor follow-up.
Sander raadt ook aan om met thema’s te werken. Start met sessies om met mensen (beoogde gebruikers/klanten) deze thema’s te bepalen en hoe het platform ingericht zou moeten worden.
Voor elk thema is er in de organisatie een medewerker nodig die hiervoor verantwoordelijk is.
Hij haalt het voorbeeld van KLM hierbij aan: in een introducerend filmpje, waarbij een medewerker het KLM kantoor bezoekt en mensen interviewt, blijken al deze mensen een thema onder hun hoede te hebben, en zijn daarvoor verantwoordelijk. Met het filmpje, foto’s en berichten, zien de mensen wie deze medewerkers zijn en wat ze met hun ideeën doen. Het proces achter het project wordt zichtbaar en transparant.
Maandelijks komt bij de KLM de ‘innovation board’ (de groep van deze betrokken medewerkers) bijeen om ook thema-overstijgende ideeën te bespreken. Dit wordt tevens gefilmd voor de deelnemers.
Achterkant van platform: maak het meetbaar
Ik vond persoonlijk de communitytool van Favela Fabric erg interessant. De metingsmogelijkheden gingen namelijk heel ver! Je kunt op een makkelijke manier de activiteit van elke deelnemer meten. Zo is het mogelijk om bijvoorbeeld inactieve deelnemers in een bepaalde week een activeringsmail te sturen, en kun je extra actieve leden een keer in het echt bij elkaar laten komen voor een brainstorm.
Beloning inzetten?
Een vraag uit de zaal: zou je wel of niet beloningen moeten inzetten bij co-creatie? Sander zegt dat incentives averechts kunnen werken: mensen steken veel tijd en energie in de relatie met de organisatie, en kunnen dus beledigd zijn als ze daar opeens voor ‘betaald’ gaan worden. Alle energie die ze erin steken, verwachten ze terug in resultaten!
Voor het aantrekken van deelnemers (aan het begin van het co-creatietraject) kun je daarentegen wel prijzen uitloven. Als het platform, het programma, en het proces zo goed ingericht zijn, blijven de mensen daarna 'plakken' en raken enthousiast. Daarna is geen beloning meer nodig, anders dan de implementatie van op het platform ontstane ideeën.
Lees verder:
Verbrugge: De voordelen van offline co-creatie
Co-creatie: marketing in ultimo forma
Co-creatie: marketing in ultimo forma
Op 18 februari organiseerde NIMA een co-creatiemiddag in de (overigens prachtige) Van Nelle Fabriek te Rotterdam. De introductie op de website vat de inhoud al goed samen:"Het centrale principe van marketing is kortweg: stel de klant centraal. Met co-creatie betrek je klanten zelfs direct bij productontwikkeling, merkbouw en strategie. Onder buzzwords als crowd sourcing, co-design, open source en user generated content gebeurt dat op uiteenlopende manieren. Internet is daar een mooi platform voor. Anderen zweren juist bij directe interactie." (bron: nima.nl)Tijdens de introductie van de dag werd al snel duidelijk dat 'de klant centraal stellen' voor marketeers van de oude stempel nog niet zo makkelijk is als het lijkt. Je moet de consument niet bevragen, maar hem/haar er daadwerkelijk bij betrekken!
Er waren drie goede en interessante sprekers uitgenodigd: Sander Dullaart van Favela Fabric sprak over online co-creatie projecten en uitte stevige kritiek op een aantal bestaande initiatieven; Jeroen Verbrugge van FLEX/the INNOVATIONLAB sprak zich juist uit voor de menselijke maat/het offline samenkomen voor co-creatie, en Marjolein Kleinhuis van Hi liet zien hoe Hi de ideeën rond co-creatie praktisch in de organisatie, innovatie, en campagnes toepast.
Omdat de presentaties zo interessant waren (en leuk op elkaar aansloten), heb ik besloten om mijn verslag op te delen.
Ik begin alvast met een aantal aansprekende quotes. Ik moet daarbij wel zeggen dat ik deze quotes uit mijn aantekeningen heb gehaald, dus waarschijnlijk niet letterlijk zo zijn uitgesproken.
Sander Dullaart:
"Crowdsourcing is geen co-creatie! Het is eigenlijk niets anders dan de oude ideeënbus. Je haalt iets bij de massa vandaan, maar brengt niks terug."
"Bij co-creatie ga je duurzaam in dialoog met de doelgroep. Het gaat om respect en wederkerigheid."
Jeroen Verbrugge:
"Ik mis de menselijke maat. De media zorgen voor afstand, maar ik wil echt dicht bij de consument komen."
"Webbased co-creatie is niet alles. Met een spel maak je mensen los, zorg je voor plezier. Met vragen als 'wat vind je van...' slaan ze alleen maar dicht."
Marjolein Kleinhuis:
"Co-creatie staat niet op zichzelf."
"Door co-creatie groeit het merk Hi op alle fronten. De klant weet het: 'Hi denkt met mij mee. Hi past bij mij.'"
Lees verder:
Dullaart: Crowdsourcing is geen co-creatie
Verbrugge: De voordelen van offline co-creatie
zaterdag 21 november 2009
Masterclass, cursus, workshop
Het waren twee drukke, maar interessante en leuke weken, en gelukkig kan ik dit weekend weer even op adem komen. Vorig weekend was ik nog in een warm en zonnig Barcelona, maar ik zal niemand daar verder mee vervelen. ;)
Hier een korte opsomming van de masterclasses/cursussen/workshops waar ik aan deel heb genomen:
Hier een korte opsomming van de masterclasses/cursussen/workshops waar ik aan deel heb genomen:
- Masterclass Co-creatie and Crowdsouring, 12 november 2009. Professor Frank Piller was een boeiende spreker, die ons ook vaak genoeg aan het werk zette in groepjes. Het was dus gelukkig niet een 'luisterdag', maar je kon ook zelf ideeën aandragen. Het was voor mij grappig genoeg net zo leerzaam om van de 'traditionele' methodes te leren, als om meer te leren over co-creatie. Voor mij is het iets wat ik 'gewoon' doe, maar er is nog zoveel meer mogelijk! Enkele highlights: de cases van Threadless en Netflix Prize, meer leren over lead users, co-creatie wedstrijden, en hoe je directeuren/managers/teamleden kunt overtuigen.
- Online Marketing, 17 november 2009. Een workshop die bij ons op Kennisnet voor Communicatie en de Webredactie werd gehouden door Lectric. Het was voor mij vooral inspirerend en gaf me ideeën om bepaalde websites weer goed aan te pakken, om ze bijvoorbeeld beter vindbaar te maken. Het klinkt altijd heel eenvoudig, maar je moet er toch af en toe weer aan herinnerd worden. Highlights: het onderscheid in earned media (waar communicatieruimte jou gegund wordt, zoals op blogs en fora), paid media (waar je voor betaalt), en owned media (je eigen communicatiekanalen); en het nadenken over wie, hoe, en wanneer reageert op externe blogs/fora over een Kennisnet product.
- Community management, 20 november 2009. Deze workshop heb ik zelf georganiseerd voor 'onze' Community managers (van Kennisnet en Digischool). Het wordt op vier dagen gehouden (de workshop duurt een dag, maar wordt verspreid gegeven) en op de eerste dag verliep het gelukkig al heel erg goed. Docent Ment Kuiper (wederom Lectric) deed in de ochtend een presentatie omtrent de ontwikkelingen van sociale media, waarbij de deelnemers uitgebreid mee konden discussiëren. In de middag werden er drie workshops gehouden, over wat je bezoekers willen, hoe je meer bezoekers trekt, en wat kun je daarbij zelf ondernemen en wat zou Kennisnet/Digischool voor je zou moeten/kunnen regelen.
zaterdag 10 oktober 2009
Masterclass Co-Creatie op 12 november 2009
Ik heb me afgelopen week snel ingeschreven voor de Masterclass Co-Creation and Crowdsourcing. Dit vindt op 12 november 2009 bij Schiphol plaats. Als je geïnteresseerd bent, klik op die link en download de pdf voor meer informatie. Ik ben heel erg benieuwd en enthousiast.Terwijl ik eigenlijk van plan was om een redactie-achtige cursus te gaan volgen, besloot ik op aanraden van mijn manager toch nog een keer te zoeken naar een interessante cursus op het gebied van community's en co-creatie. Ik kan je zeggen, dat is best moeilijk! Er zijn genoeg leuke cursussen te vinden, maar ik ben bang dat ik al teveel praktische ervaring heb om daar nog veel van te leren. Ik heb al een paar maanden gezocht naar een goede cursus, maar helaas, niks gevonden.
Gelukkig kon ik via Twitter Martijn Staal bereiken (TNO; een spreker op het Co-creatie-event, én op dit moment bezig met een advies voor Kennisnet!). Hij tipte me dus met deze Masterclass, en hij is zelf nog bezig een cursus voor te bereiden voor Marketingfacts.
Ik zal proberen een verslag te maken van de Masterclass, als ik daar de tijd voor heb. Het zal wel een paar dagen duren, want de dag daarna ben ik een weekend naar Barcelona! Genoeg om naar toe te leven dus. :)
woensdag 24 juni 2009
Co-Creation Event
Vanmiddag werd op de High Tech Campus in Eindhoven het eerste Co-Creation Event gehouden.Na de opening volgde de eerste keynote van Martijn Staal, consultant bij TNO. Een mooi verslag van deze keynote vind je op DutchCowboys.nl. Door de bloggers werden ook foto's gemaakt. Later volgde nog een keynote van Johan Sanders, Innovation manager bij Sara Lee. Er volgde na de pauze een panel discussie, en daarna waren de workshops, de voornaamste reden waarom ik me bij dit event begaf.
Een aantal dingen die ik interessant vond:
Martijn Staal noemde een aantal punten van aandacht voor je met co-creatie begint: de doelstellingen, waar in het proces de co-creatie in te zetten (bij het concept, of de ontwikkeling, of daarna?), de mate van expertise die nodig is bij co-creatie (zoek je experts, of is de 'massa' voldoende?), de doelgroep, de motivatie van de doelgroep ('what's in it for me?'), en welke afdelingen/personen van je organisatie betrek je erbij.
Johan Sanders noemde het gebruik van een roadmap - een globaal ontwikkelingsplan voor je producten voor de komende jaren. Daaraan kun je ideeën, die door de community worden aangedragen, toetsen op haalbaarheid en 'nodigheid'. Met de roadmap kun je verantwoorden dat bepaalde 'wilde ideeën' niet op dit moment in het plan passen.
Ik volgde de workshop van IJsfontein, geleid door Astrid Poot. Ze gaf een presentatie die volzat met informatie, leuke anecdotes, en interessante do's en dont's bij het co-creeëren met kinderen en jongeren. IJsfontein werkt via het IJslab samen met kinderen en jongeren om concepten te ontwikkelen en uit te werken. Opvallend is dat de kinderen in het echt bijeen komen. Dit in tegenstelling tot mijn eigen werkzaamheden, waarbij ik kinderen/jongeren online laat meedenken.
Aan het eind van de dag kwam ik zelf tot de conclusie dat het niet of/of is, maar liever en/en: een online community kan je helpen bij co-creatie, net als een kleine groep die in het echt samenkomt.
donderdag 10 juli 2008
Ubermorgen.com: Nu is Ebay aan de beurt
Vorig jaar, tijdens DEAF 2007, vertelde Alessandro Ludovico me al dat de kunstenaars van Ubermorgen.com een nieuw 'slachtoffer' hadden voor hun internettrilogie. Eerst was er Google Will Eat Itself, toen Amazon Noir, en nu The Sound of Ebay.
Ik kreeg een enorm lang persbericht in de mail, maar eigenlijk moet je gewoon zelf bekijken wat ze nu weer hebben gedaan. De website zelf is al een belevenis op zich: het lijkt wel teletekst! Ik krijg alleen de liedjes niet aan de praat...
Ik kreeg een enorm lang persbericht in de mail, maar eigenlijk moet je gewoon zelf bekijken wat ze nu weer hebben gedaan. De website zelf is al een belevenis op zich: het lijkt wel teletekst! Ik krijg alleen de liedjes niet aan de praat...
UBERMORGEN.COM is attracted by the surface of Google, Amazon and eBay, the three historical e-giants brilliantly surviving the dotcom boom and the legendary crash at the end of that era. Back then and still today the three kings form the powerful spearhead of e-commerce (EKMRZ). By creating the third piece – The Sound of eBay – we wrap up the trilogy we had started in 2005. Thanks to Alessandro Ludovico and Paolo Cirio for the GWEI - Google Will Eat Itself and Amazon Noir – The Big Book Crime collaboration
GWEI – Google Will Eat Itself, 2005/06
http://www.gwei.org
Amazon Noir – The Big Book Crime, 2006/07
http://www.amazon-noir.com
The Sound of eBay, 2008/09
http://www.Sound-of-eBay.com
maandag 29 oktober 2007
Amazon Noir: boek gestolen
I just read that the Amazon Noir book, called "steal this book", has been stolen at an art festival in Basel. It almost happened at DEAF07 too, but honestly, a book with such a title is just a challenge, isn't it?
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Ik las zojuist het volgende bericht op nos.nl:
Kunstwerk 'steal this book' gejat
Ik herinner me dat tijdens het Dutch Electronic Art Festival van dit jaar ook bijna hetzelfde was gebeurd, maar een medewerker wist toen de gast tegen te houden. Die reageerde toen laconiek: "Er stond toch op dat het gestolen moest worden?"
Tja, wat kun je daar tegenin brengen...
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Ik las zojuist het volgende bericht op nos.nl:
Kunstwerk 'steal this book' gejat
Ze hadden er zelf natuurlijk wel een beetje om gevraagd. Op een kunstfestival in het Zwitserse Basel is een onderdeel van een moderne kunstinstallatie gejat. Het boek 'Steal This Book' van Abbie Hoffman is verdwenen uit de expositie.
De installatie was een commentaar op hackers die hele boeken op internet publiceren. De kunstenaars vinden dat diefstal. Het boek, een printje van een illegale versie die op internet stond, lag in een niet afgesloten couveuse.
"Het was natuurlijk niet de bedoeling dat het boek ook écht gejat werd. We hopen dat de dief het boek nog terug komt brengen", reageerde de kunstenaars.
Ik herinner me dat tijdens het Dutch Electronic Art Festival van dit jaar ook bijna hetzelfde was gebeurd, maar een medewerker wist toen de gast tegen te houden. Die reageerde toen laconiek: "Er stond toch op dat het gestolen moest worden?"
Tja, wat kun je daar tegenin brengen...
woensdag 13 juni 2007
HOSC 2007
Yesterday, I went to the Holland Open Source Conference in Amsterdam (hosc.nl). On Tuesday, they had an education track that was particularly interesting to me, as were the keynotes in the morning.
Hans Pronk of VKA made a comparison between open source and green energy during his presentation: "If we all use “green energy” without seeing the difference, why should we not use “open source” software?"
To me, the most interesting part of his presentation was about the reusability of data. We should focus on data, not the application; that's of relevance for the user. I could immediately apply this to my experiences with the Websitemaker (Kennisnet): the Websitemaker 1 is now slowly being taken down, and we advice users to make their websites with the Websitemaker 2. But there's one annoying thing about this: the user can't simply import their data from the Websitemaker 1 to Websitemaker 2. They have to copy their texts and images and build their website anew... If they even make the effort to do that.
At the moment, we're making plans for the Websitemaker 3 and fortunately, this move will go smoothly. It's more like an software update where the user only sees that the Websitemaker has had some upgrades; and his/her data stays the same, in the same system.
Hans mentioned that it was easy to move from blog to blog, but I wonder if that's true. I think it will be quite a hassle to move my blog on Blogger to another blogaccount, like Wordpress: I fear that I have to copy all texts and post them over there anew. Fortunately, I have no such plans! But I totally agree with Hans that it should be easier to move your data from one application to the other.
Another interesting (and fun!) presentation was done by Steve Coast of Open Street Map.
What interested me mostly - concerning my job - is the concept of mapping parties. People come together to make maps of a particular city, like of Amsterdam or Utrecht. By walking or cycling around with their gps systems, they make roadmaps. And those roadmaps are then shared (for free!) online. Their work is far from done. As you can see on the picture on the left, the world seems to end beyond the borders of a city (in this case, Utrecht).
Anyways, you can also do this on your own, but somehow I didn't see myself cycling through my village, looking for every street and corner (and pub!) and make a map of that. It would be so... lonely! It's more fun to do this with more people.
I will remember this concept, perhaps I can do something with it for Kennisnet. Making people meet on a particular day and hour, even virtually, could make it possible to move forward at a quicker pace. This could be of use for several Kennisnet communities and forums.
So, yes, even if open source itself isn't of major importance to my job as a web editor, it's good to know of what's happening out there... And get inspired. :)
Hans Pronk of VKA made a comparison between open source and green energy during his presentation: "If we all use “green energy” without seeing the difference, why should we not use “open source” software?"
To me, the most interesting part of his presentation was about the reusability of data. We should focus on data, not the application; that's of relevance for the user. I could immediately apply this to my experiences with the Websitemaker (Kennisnet): the Websitemaker 1 is now slowly being taken down, and we advice users to make their websites with the Websitemaker 2. But there's one annoying thing about this: the user can't simply import their data from the Websitemaker 1 to Websitemaker 2. They have to copy their texts and images and build their website anew... If they even make the effort to do that.
At the moment, we're making plans for the Websitemaker 3 and fortunately, this move will go smoothly. It's more like an software update where the user only sees that the Websitemaker has had some upgrades; and his/her data stays the same, in the same system.
Hans mentioned that it was easy to move from blog to blog, but I wonder if that's true. I think it will be quite a hassle to move my blog on Blogger to another blogaccount, like Wordpress: I fear that I have to copy all texts and post them over there anew. Fortunately, I have no such plans! But I totally agree with Hans that it should be easier to move your data from one application to the other.
Another interesting (and fun!) presentation was done by Steve Coast of Open Street Map.What interested me mostly - concerning my job - is the concept of mapping parties. People come together to make maps of a particular city, like of Amsterdam or Utrecht. By walking or cycling around with their gps systems, they make roadmaps. And those roadmaps are then shared (for free!) online. Their work is far from done. As you can see on the picture on the left, the world seems to end beyond the borders of a city (in this case, Utrecht).
Anyways, you can also do this on your own, but somehow I didn't see myself cycling through my village, looking for every street and corner (and pub!) and make a map of that. It would be so... lonely! It's more fun to do this with more people.
I will remember this concept, perhaps I can do something with it for Kennisnet. Making people meet on a particular day and hour, even virtually, could make it possible to move forward at a quicker pace. This could be of use for several Kennisnet communities and forums.
So, yes, even if open source itself isn't of major importance to my job as a web editor, it's good to know of what's happening out there... And get inspired. :)
zondag 29 april 2007
Done with DEAF
On Friday I had my last day of hosting at DEAF07. It was a busy day, with big groups of students every hour, but it was also a nice day. I also bought the Interact or Die book, which has some interesting articles in it (and very cool pictures of the projects). It felt weird to say goodbye to my fellow hosts. I hope to stay in contact with some of them. :)
Oh, and I will miss the view...

Bye Erasmus bridge. Till the next time!
Oh, and I will miss the view...
Bye Erasmus bridge. Till the next time!
donderdag 26 april 2007
maandag 23 april 2007
DEAF07 on YouTube
Someone emailed me, asking to upload my videos to the DEAF07 group on YouTube. So, I did. You can find more videos from the exposition here.
And if you made videos yourself, feel free to upload them too! :)
Here's a video of the knife.hand.chop.bot in action. Scary!
And if you made videos yourself, feel free to upload them too! :)
Here's a video of the knife.hand.chop.bot in action. Scary!
zondag 15 april 2007
DEAF: Pictures and Clips
I promised to post some pics and clips on this blog, so here they are. They're all made with my mobile phone, so the quality is so-so. But hey, it's something!
Here's a picture of the Amazon Noir incubator. I've worked for two days as a host on the festival now, and a lot of people just don't get this piece (with the projectors). When I tell the story about the Amazon hack, they start to really appreciate it. From my perspective and what I've heard from visitors, the Amazon Noir piece could/should(?) be more interactive. Perhaps an interactive online story, in which people can play with different outcomes would've been a nice idea? ... Anyways, as soon as people hear about what happened with this project and Google Will Eat Itself, they love it and they appreciate me telling about it. That's what I like about hosting. It's been a rewarding experience so far. :)
This is another favourite of mine: Harddisko by Valentina Vuksic. I like the noise that the broken harddisks are making. I sure hope my own pc get the idea for being this musical for the time being! I rather like it working the way it does, thank you very much.
Perhaps Ondulation, by Thomas McIntosh, is my absolute favourite, because it's so beautiful. Honestly, no picture or film can do justice to this piece: you have to see it for yourself. But I filmed it anyway to give an impression of it.
And MOBI (by Graham Smith) could be a great alternative for sick children who can't be at school for a while: the robot is still quite a presence, and the child can look and talk through the robot and miss no lessons. I felt weird talking to the person on the screen, but I got used to it.
A lot of visitors are intruiged by the knife.hand.chop.bot by 5Voltcore. I won't put my hand in it; I like my hands too much for that.
For example: I need my hands to play with Drawn (by Zachary Lieberman)! Filming and playing at the same time proved to be a challenge, but it was fun nontheless. I like to say to visitors that children love Drawn... But actually, we're all just big kids, aren't we? Everyone loves playing with Drawn!
So, that's it for now. I'll work for DEAF at least another day (in about two weeks). It's a great experience. Talking to the guests and visitors is enlightening. And giving a tour to people from the "Kennisalliantie" was very interesting too. I thought that I didn't know enough about the pieces, but they actually complimented me for the way I talked about the pieces. Oh well, as long as they enjoyed it and got inspired, I'm content. :)
This is another favourite of mine: Harddisko by Valentina Vuksic. I like the noise that the broken harddisks are making. I sure hope my own pc get the idea for being this musical for the time being! I rather like it working the way it does, thank you very much.
Perhaps Ondulation, by Thomas McIntosh, is my absolute favourite, because it's so beautiful. Honestly, no picture or film can do justice to this piece: you have to see it for yourself. But I filmed it anyway to give an impression of it.
And MOBI (by Graham Smith) could be a great alternative for sick children who can't be at school for a while: the robot is still quite a presence, and the child can look and talk through the robot and miss no lessons. I felt weird talking to the person on the screen, but I got used to it.
For example: I need my hands to play with Drawn (by Zachary Lieberman)! Filming and playing at the same time proved to be a challenge, but it was fun nontheless. I like to say to visitors that children love Drawn... But actually, we're all just big kids, aren't we? Everyone loves playing with Drawn!
So, that's it for now. I'll work for DEAF at least another day (in about two weeks). It's a great experience. Talking to the guests and visitors is enlightening. And giving a tour to people from the "Kennisalliantie" was very interesting too. I thought that I didn't know enough about the pieces, but they actually complimented me for the way I talked about the pieces. Oh well, as long as they enjoyed it and got inspired, I'm content. :)
woensdag 11 april 2007
DEAF opening night
Wow, that was fun!
Yesterday, I had to leave work early to get to Rotterdam at 16 pm. We - the hosts and Vera-Maria Glahn - met up at LP2 (and Pakhuis Meesteren) and got to talk to some of the artists, who were still preparing their projects for the opening night.
Around 7 pm the festival was opened and there was quite a lot of public. It was for us, the hosts, immediately our first day of work. We all kinda kept close to the projects that we knew most about. So, I was most of the time near the Amazon Noir project, and I talked to a lot of people, trying to get their perspectives and thoughts on the project and things like authorship, copyright, hacking, etcetera. I think it went okay; it was really rewarding to see the sparkle in the eyes of a man who clearly thought that the artists were like David fighting Goliath.
I met Paolo and Alessandro and it was very nice to meet them and talk to them about the project (and Google Will Eat Itself). Alessandro told me that they are now working on a third project with Hans and Livlx, which is still in the beginnings. It's supposed to be a trilogy (with GWEI and Amazon Noir). I'm curious what their new "target" will be!
Paolo and Alessandro: thanks for being so kind to me. :)
I'll try to post some pictures and perhaps some movies of the opening night tomorrow.
On the DEAF website you can now find streaming videos of (upcoming) seminars. :)
Yesterday, I had to leave work early to get to Rotterdam at 16 pm. We - the hosts and Vera-Maria Glahn - met up at LP2 (and Pakhuis Meesteren) and got to talk to some of the artists, who were still preparing their projects for the opening night.
Around 7 pm the festival was opened and there was quite a lot of public. It was for us, the hosts, immediately our first day of work. We all kinda kept close to the projects that we knew most about. So, I was most of the time near the Amazon Noir project, and I talked to a lot of people, trying to get their perspectives and thoughts on the project and things like authorship, copyright, hacking, etcetera. I think it went okay; it was really rewarding to see the sparkle in the eyes of a man who clearly thought that the artists were like David fighting Goliath.
I met Paolo and Alessandro and it was very nice to meet them and talk to them about the project (and Google Will Eat Itself). Alessandro told me that they are now working on a third project with Hans and Livlx, which is still in the beginnings. It's supposed to be a trilogy (with GWEI and Amazon Noir). I'm curious what their new "target" will be!
Paolo and Alessandro: thanks for being so kind to me. :)
I'll try to post some pictures and perhaps some movies of the opening night tomorrow.
On the DEAF website you can now find streaming videos of (upcoming) seminars. :)
Abonneren op:
Posts (Atom)


