donderdag 2 mei 2013

10 vragen aan Howard Rheingold over mediawijsheid

De oorspronkelijke versie van dit artikel vind je op Mediawijzer.net

Op 2 april 2013 was mediawijsheidexpert Howard Rheingold te gast in Utrecht om te spreken over zijn kijk op mediawijsheid. Naast zijn keynote (lees het verslag) konden aanwezigen ook met hem in gesprek via een besloten expertmeeting en een College Tour. In dit artikel lees je een aantal van de vragen die werden gesteld en de antwoorden van Rheingold.

Jeroen Jansz: In het boek Net Smart leg je de nadruk op mindfulness. Wat gebeurt er met de manier waarop we denken, nu we zo druk bezig zijn met onze laptops en mobiele telefoons?
Rheingold: “In de afgelopen 1000 jaar is het lesgeven niet veranderd. Zet iemand van 1000 jaar geleden in een klaslokaal van nu en hij/zij weet dat degene voor het lokaal de leraar is, en degenen die zitten en luisteren de leerlingen. Maar er is wel degelijk iets nieuws gaande: er verschijnen laptops en andere devices in de klas. Hoe ga je daarmee om als leraar?

Omdat ik over sociale media lesgeef, is het niet eerlijk om studenten te dwingen hun laptops dicht te doen. Dat beëindigt hun conversaties en ze zetten hun devices in voor het leren, bijvoorbeeld om extra informatie op te zoeken. Maar ze kunnen makkelijk ‘afglijden’ naar het checken van Facebook. Mijn studenten geven ook toe dat multitasking er meestal toe leidt dat ze niet al hun aandacht erbij hebben. Ik geef ze daarin bewust hun eigen verantwoordelijkheid. Verder doe ik oefeningen in mindfulness, zodat ze zich zelf bewust worden waar ze aandacht aan besteden."


Erno Mijland: Hoe kunnen we ouders en leraren een gevoel van urgentie geven om iets te doen met de opkomst van sociale media?
Rheingold: “De media hebben het voornamelijk over het gevaar van sociale media, zoals het risico dat kinderen kunnen worden misbruikt. De verhouding van misbruik online tot misbruik dat door mensen uit de omgeving gebeurt, is scheef. Misbruik gebeurt namelijk meestal in de directe omgeving van het kind.

Het grootste gevaar van sociale media is niet dat stranger danger, maar dat je kinderen zonder enige instructie op internet laat surfen zonder kennis over de soorten informatie. Wat is goede, betrouwbare informatie en wat is slechte, onbetrouwbare informatie? Op internet vind je overal en altijd wel een antwoord op, maar klopt het antwoord wel?

Help ouders te begrijpen dat ze niet per se de technologie hoeven te kennen, maar samen met hun kind de technologie gebruiken en leren begrijpen wat daar gebeurt.”

Justine Pardoen: Ik zie dat tieners het 'verliezen van hun lichaam' door online te zijn als geluk te ervaren. Hoe kan ik mensen helpen begrijpen dat het belangrijk is om met 'mindfulness' bezig te zijn?
Rheingold: “We hebben al vele eeuwen erop zitten waarin we getraind zijn om disembodied te zijn. Denk bijvoorbeeld aan lezen, dan vergeet je ook je eigen lichaam. Zitten wordt het roken van de toekomst. Ik bedoel daarmee: je ontwikkelt lichamelijke problemen door het vele zitten. Maar de gevolgen voor je gezondheid door het vele zitten zijn nog niet erg bekend bij mensen, terwijl dat bij roken wel zo is. Kinderen worden op school al kinderen gedwongen om veel te zitten. Het zou mooi zijn als kinderen wat meer konden staan en rondlopen op school.”

Roeland Smeets: Hoe kun je werken aan medialiteracy?
Rheingold: “Mensen zijn zich niet bewust van de hoeveelheid slechte informatie die op het internet rondgaat. En ze overschatten hun vaardigheden om slechte informatie te onderscheiden van goede informatie. Klopt de informatie als het op Google staat? Ik geef regelmatig voorbeelden van websites die echt lijken, maar nep zijn. Dit leert mensen al iets. Laat ze schrikken. En laat ze elkaar vragen stellen.”  

Fifi Schwarz: Hoe belangrijk is taal voor mediacompetenties en wat is het minimale level dat nodig is om te kunnen participeren?
Rheingold: “Je leert hoe je moet lezen en schrijven tot je een jaar of 10 bent. Waarom gaat het lesgeven daarna nog door? Dat jongeren met hun mobiel achter hun rug kunnen chatten, betekent nog niet dat ze weten hoe ze een webblog kunnen inzetten voor kritisch bloggen of hoe ze een wiki kunnen inrichten voor een protest. Taal blijft belangrijk. Iedereen kan tegenwoordig een producer zijn van taal via online media. Geef jongeren meer agency door ze te laten bloggen (mede door de macht en de reacties die ze krijgen) dan het leren lezen van het ABC."  

Joyce Neys: Hoe kun je burgerschap aanmoedigen met mediacompetenties?
Rheingold: “Jongeren voelen zich niet of nauwelijks verbonden met de politiek in hun land. Ik vind het heel belangrijk dat leraren hier al iets aan doen, bijvoorbeeld met een blog of een wiki over hun stad. Leer jongeren dat ze wél invloed hebben en hoe ze de invloed kunnen uitoefenen. De jongeren van nu zijn de burgers van de toekomst. Ze moeten ook een gevoel van agency hebben. Ze zijn niet machteloos, ze kunnen op z’n minst een stem hebben.”

Jeroen van Loon: Wat voor kwaliteiten zijn nieuw die mensen nu 'zelf' leren (skills) en die ze niet in de klas leren? Wat kunnen we hiervan leren?
Rheingold: “Don’t shut them down! Zowel voor ouders als leraren: ga kinderen niet overtuigen dat het anders/beter moet. Leren is iets wat mensen doen, zowel binnen als buiten school. Kinderen stoppen zelfs met het leren van bepaalde dingen doordat ze naar school gaan. Dus scholen moeten het leren ‘openen’ en juist niet afsluiten.”  

We hebben filters nodig om met de overvloed aan informatie op internet om te kunnen gaan. Dit kan door machines en door vrienden/experts gedaan worden. Wat raad je ons aan om te doen aan onze filters?
Rheingold: “Ik verwacht en hoop dat mensen zichzelf onderwijzen. Het monopolie op leren bestaat niet meer. Als je wilt leren, dan kan dat. Vind mensen met expertise op onderwerpen die jou interesseren en volg hen. Test hun betrouwbaarheid. Zij cureren informatie voor je. Hoe meer curatie online plaatsvindt (zoals via Pinterest en Tumblr), hoe meer mensen leren beoordelen wie goede curatoren zijn. We zijn niet meer afhankelijk van experts, maar kunnen samen leren.”  

Wat is het meest beschadigende aan de huidige technologieën?
Rheingold: “Je moet jezelf afvragen hoe je omgaat met al die schermen om je heen. Verder kan het online leven het echte leven niet vervangen. Als je je als tiener je niet prettig voelt onder anderen, dan helpt het niet om alleen maar online te gaan om daar met medestanders te zijn. Je moet in je tienertijd experimenteren, oefenen, en leren in het echte leven.” 

Thomas van Manen: Moeten scholen programmeerlessen gaan geven?
Rheingold: “Je hoeft niet per se code te leren. Je kunt ook bloggen en wiki’s bouwen zonder code te kennen. Maar: hoe meer mensen kunnen programmeren, hoe beter! Met kennis van programmeren kun je meer en beter praten met ontwikkelaars. Je kunt dan meer invloed op hen uitoefenen. Online is er een zekere fun in het leren en het lesgeven aan anderen, bijvoorbeeld met het spelen van games. Hier ligt een uitdaging voor scholen: hoe breng je die ervaring binnen de school?"

Geen opmerkingen: